Aan:
Em. Querido’s Uitgeverij bv
Singel 262
1016 AC Amsterdam
betreft: Marlene van Niekerk, Memorandum.
Nijmegen, 12 januari 2008
Beste Querido,
Deze week las ik een prachtig boek. Een boek dat op allerlei manieren tot nadenken stemt. Een van die manieren wil ik graag met u delen.
Onlangs bracht Querido de helft van het schitterende boek Memorandum van Marlene van Niekerk uit. Waarom de helft?, vraag je je als lezer dan toch onherroepelijk af. Zijn wij, Nederlandstalige lezers, een stuk slimmer dan onze Afrikaanse mede-lezers en kunnen wij de andere helft er wel bijdenken? Of zijn wij juist een stuk dommer en is het derhalve niet aan ons besteed? Zijn wij misschien zo pinnig, dat wij slechts een half boek willen aanschaffen? Of heeft Querido zoveel vertrouwen in onze google-vaardigheden en gaat ze ervanuit dat we die andere helft er wel bijsprokkelen?
Of heeft het mogelijk met de inhoud van het boek te maken? Het kan zijn, dat de architectuur, onderwerp van dit boek, voor u aanleiding is geweest een half huis af te leveren. De kale onherbergzaamheid van hospitalen vindt zo zijn equivalent in de afgeschraapte, lege Nederlandse uitgave van Memorandum.
U ziet: talloze vragen waarop ik, als doorsnee-lezer, een antwoord zoek.
Anderzijds moeten wij sommige vragen ontberen, zoals bijvoorbeeld de vraag die Etienne Britz opwerpt in zijn artikel ‘Marlene van Niekerk, Memorandum. ’n Verhaal met skilderye. ’n Handleiding vir Insig se boekklub’: ‘Hoe verstaan of ervaar u die verhouding tussen die romanteks en die skilderye?’ En we hoeven ons ook niet bezig te houden met wat Marlene van Niekerk zegt in haar toelichting bij het ALV-congres (zie hetzelfde artikel van E. Britz): ‘Mense wat die eindproduk in die hande kry sal miskien nie weet wie eerste gepraat het, die storie of die skilderye nie, en wie laaste nie. Die idee is dan ook dat dit ‘n “oop” gesprek bly wat finale antwoorde ontloop.’ Er is niets zo effectief om antwoorden te ontlopen dan het onmogelijk maken van vragen. Maar als je eenmaal hebt ontdekt dat een gesprek over ‘’n Verhaal met skilderye’ je gewoon wordt ontnomen, voelt het toch alsof je wordt bedrogen.
Een vraag in het bijzonder houdt mij bezig. Aan het eind van het boek dankt Marlene van Niekerk uitgeverij Querido voor het afdrukken van 6 van de 16 schilderijen (op het omslag). Ik kan me niet aan de indruk onttrekken, dat dit een nogal cynisch dankwoord is. Zeker omdat zij in eerdergenoemd artikel het belang van de schilderijen duidelijk aangeeft: ‘Die storie wat ek uiteindelik in Junie vanjaar pas voltooi het, sou nie geskrijf gekom het sonder die skilderye en hulle duidelike verwysing nie.’ Het kan toch niet zo zijn, dat Marlene van Niekerk vrijwillig heeft afgezien van een zo belangrijk deel van haar boek?
Afijn, u begrijpt het al: ik wil de rest ook. Ik wil die ontbrekende 10 schilderijen zien. Ik wil ze zelfs in de juiste volgorde en op de juiste plaats in de tekst zien. Ik wil een compleet boek. Ik wil een heel boek kunnen lezen, niet op- of afgescheept worden met een half. Ik wil er zelfs wel extra voor betalen. En als het niet in het Nederlands te krijgen is, wil ik het in het Afrikaans. Als u mij dit niet kunt leveren, dan kunt u deze brief misschien doorsturen naar mevrouw Van Niekerk. Zij kan mij vast wel een Afrikaans exemplaar bezorgen.
Ik wil u bij voorbaat danken voor de moeite die een en ander mogelijk gaat kosten.
Met vriendelijke groet,
Nettie Jacobs
Pater Leijdekkersstraat 62
6522 MK Nijmegen
donderdag 16 april 2009
dinsdag 14 april 2009
Uit: mijn brief aan Marlene van Niekerk
[..]
Zo kom ik dan bij de gemiste schilderijen. Ik besef terdege dat de tekst ook kan bestaan zonder de schilderijen, en omgekeerd. Mogelijk is dat een overweging geweest die de uitgeverij, ik neem aan in onderling overleg met u, heeft doen besluiten de schilderijen weg te laten. Misschien hebben veel prozaïscher redenen als geld en rechten wel aan de basis van het besluit gelegen, als lezer is mij dat onbekend. Wel lees ik op de laatste bladzijde van het boek dat in de Zuid-Afrikaanse uitgave ‘zestien schilderijen van mijn vriend Adriaan van Zyl [zijn] opgenomen (..) die behoren tot de “Hospitaalreeks 2004-2006” waardoor een bijzonder intense wisselwerking tussen woord en beeld is ontstaan’. Hiervan kan de Nederlandse lezer dus helaas geen kennis nemen. Het is te vergelijken met het weglaten van de schilderijen van Co Westerik bij de gedichtenreeks 'Afdaling op klaarlichte dag' van Rutger Kopland. De eenheid wordt verbroken. Een deel van de betekenis gaat verloren.
U schrijft bovendien dat Adriaan van Zyl ‘niet alleen verantwoordelijk [was] voor het concept, de vormgeving en het formaat van die eerste editie’, maar ook dat hij ‘de initiatiefnemer [was] van het project’. Ondanks uw vriendelijke dankwoorden die hierop volgen aan het adres van uitgeverij Querido bekruipt mij toch het gevoel dat er erg weinig recht gedaan wordt aan u en aan Adriaan van Zyl. Zoals ik al zei: de eenheid is verbroken. De beelden zijn losgezongen van de tekst en zoek geraakt. De tekst, hoewel prachtig, inspirerend en tot nadenken stemmend, is kaal achtergebleven.
Zo kom ik dan bij de gemiste schilderijen. Ik besef terdege dat de tekst ook kan bestaan zonder de schilderijen, en omgekeerd. Mogelijk is dat een overweging geweest die de uitgeverij, ik neem aan in onderling overleg met u, heeft doen besluiten de schilderijen weg te laten. Misschien hebben veel prozaïscher redenen als geld en rechten wel aan de basis van het besluit gelegen, als lezer is mij dat onbekend. Wel lees ik op de laatste bladzijde van het boek dat in de Zuid-Afrikaanse uitgave ‘zestien schilderijen van mijn vriend Adriaan van Zyl [zijn] opgenomen (..) die behoren tot de “Hospitaalreeks 2004-2006” waardoor een bijzonder intense wisselwerking tussen woord en beeld is ontstaan’. Hiervan kan de Nederlandse lezer dus helaas geen kennis nemen. Het is te vergelijken met het weglaten van de schilderijen van Co Westerik bij de gedichtenreeks 'Afdaling op klaarlichte dag' van Rutger Kopland. De eenheid wordt verbroken. Een deel van de betekenis gaat verloren.
U schrijft bovendien dat Adriaan van Zyl ‘niet alleen verantwoordelijk [was] voor het concept, de vormgeving en het formaat van die eerste editie’, maar ook dat hij ‘de initiatiefnemer [was] van het project’. Ondanks uw vriendelijke dankwoorden die hierop volgen aan het adres van uitgeverij Querido bekruipt mij toch het gevoel dat er erg weinig recht gedaan wordt aan u en aan Adriaan van Zyl. Zoals ik al zei: de eenheid is verbroken. De beelden zijn losgezongen van de tekst en zoek geraakt. De tekst, hoewel prachtig, inspirerend en tot nadenken stemmend, is kaal achtergebleven.
Abonneren op:
Posts (Atom)
